Waterpolo – Spelregels algemeen

Waterpolo is een watersport en heeft wel wat weg van handbal. Echter het grote verschil is dat, zoals de naam al doet vermoeden, het wordt gespeeld in het water.

Waterpolo is een sport waarbij veel uithoudingvermogen en kracht nodig is, maar waar ook een goede zwemtechniek, inzicht en een goede gooitechniek van belang is.

Om meer te weten te komen over waterpolo, zetten we hier op een korte manier de basis regels van het waterpolo op een rijtje. Het is zeker geen volledige opsomming, maar enkel de grote lijnen. Op het internet vind je meer video’s met uitleg en taktieken. Let wel, de regels durven in bepaalde landen al lichtes anders te zijn.

Je kan ook op de site van de Belgische zwemfederatie (waarvan de waterpoloclubs nog altijd lid zijn) de officiele regelmenten in PDF-vorm downloaden.

Waterpolo is een sport die ongeveer halverwege de 19e eeuw is ontstaan. Waterpolo heeft in Oost- en Zuid-Europa de meeste populariteit en wordt daar op professionele wijze beoefend.

Doel van het spel

Beide teams proberen te scoren in het doel van hun tegenstrever. Wie na de reguliere speltijd het meest gescoord heeft wint. Het winnende team krijgt 3 punten in de ranschikking, de verliezers 0.

Gelijkspel kan; er moet niet persé een winnaar zijn. In de stand krijgt dan elk team 1 punt.

Bij bekerwedstrijden of wedstrijden met rechtstreekse uitschakeling moet er natuurlijk wel een winnaar zijn. In dat geval zijn er geen verlengingen, maar direct penalties. Zoals bij voetbal worden er eerst 5 penalties geshot en het team met het meeste goals wint. Is het na 5 shots gelijk, dan is elke volgende beurt beslissend.

De Belgische competitie

Buiten de jeugdreeksen, met hun U11, U13, U15 en U17, heb je 4 nationale reeksen heren en één reeks dames. De meeste teams hebben ook een reserve-team in competitie.

Speelveld en basisregels

Hieronder de belangrijkste basis regels bij waterpolo:

  • Grootte wedstrijdbad – officieel
    • Waterpolo is een sport die beoefend wordt in een zwembad waarin de afmetingen van het speelveld bij de heren 20 meter is breed en maximaal 30 meter lang.
    • Bij de vrouwen zijn de veldmaten 20 meter breed en maximaal 25 meter lang.
    • Het bad heeft een minimale diepte van 1,80 meter.
    • Aan weerskanten van het speelveld liggen 2 doelen van 3 meter breed en 0,9 meter hoog.
    • Er worden kegels gezet – of met gekleurde boorden gewerkt:
      • Witte kegel = middenlijn
      • Gele kegel = 5-meterlijn
      • Rode kegel = 2-meterlijn
  • Omdat niet alle zwembaden aan deze bepalingen voldoen, laat de Belgische zwembond toe om in alle reeksen behalve de eerste klasse (zogenoemde Superliga) in baden met afwijkende maten te spelen. Dus zowel breedte, lengte als diepte kan afwijken van de maten hierboven.
  • Waterpolo wordt gespeeld met een bal die ongeveer hetzelfde formaat heeft als een voetbal alleen heeft de bal heel veel grip heeft waardoor hij gemakkelijk met 1 hand vast te houden is.
  • Tijdens de wedstrijd zijn er van beide teams 7 spelers in het bad, waarvan 6 ‘veld’ spelers en 1 keeper.
  • Een waterpolo wedstrijd bestaat uit 4 periodes van maximaal 8 minuten effective speeltijd, afhankelijk van de competitie waarin er gespeeld wordt.
    • Jeugdteams spelen meestal kortere periodes.
    • Effectieve speeltijd betekent dat bij spelonderbreking de klok wordt stilgezet.
    • Een wedstrijd duurt zo ongeveer 1 uur ,als er 4×8 minuten gespeeld wordt.
    • Na eerste en derde kwartje rust men 2 minuten; na tweede kwartje is het ‘lange’ rustpauze van 5 minuten.
  • Elk kwartje begint met opzwemmen: elke team spurt naar het midden en snelste team kan bal veroveren en aanval opzetten.
  • Elke coach kan één time-out per periode van 8 minuten aanvragen. Je kan alleen een time-out aanvragen als je team in balbezit is.
    • Vraag je een tweede time-out aan, dan krijgt tegenstrever een penalty.
  • In de Superliga en in 2denationale wordt een wedstrijd geleid door 2 scheidsrechters; in andere reeksen door 1 scheidsrechter.
  • Spelers mogen vrij vervangen worden tijdens het spel. Meestal gebeurt dit bij stilligende fazes.
    • Te wisselen speler zwemt naar de zone achter het doel aan de zijde van de bank, waar de nieuwe speler klaarligt om zijn plaats in te nemen.
    • Inzwemmende speler moet onder het touw inzwemmen, mag het touw niet oplichten bij opzwemmen.

Aanvallen en spelhervattingen

Uitleg over het aanvallen, scoren en vrije worpen bij waterpolo.

  • De aanvallende ploeg heeft tijdens het balbezit 30 seconden om een schot op het doel te lossen. Als dit niet gebeurt gaat de bal naar de tegenpartij.
  • Mocht er tijdens de 30 seconden wel een schot zijn gelost maar de bal blijft in eigen bezit, dan krijgt men opnieuw 30 seconden de tijd.
  • Bij overtredingen volgt er een vrije worp van de tegenpartij.
  • Een vrije worp mag in 1 keer op het doel worden geschoten behalve als de vrije worp zich binnen het 5 meter gebied van de tegenpartij bevindt.

Corner

Wanneer de aanvallende ploeg shot, en de bal verdwijnt achter de achterlijn nadat hij werd aangeraakt door een verdediger, dan is dit in waterpolo GEEN corner. Een corner wordt enkel toegekend wanneer de keeper de bal over de achterlijn tikt.

Het aanvallende team krijgt de bal in dit laatste geval terug aan één van de zijdes ter hoogte van de 2-meter-lijn en hervat haar aanval met 30 seconden.

Overtredingen en korte uitsluitingen

Doordat het spel in een zwembad wordt gespeeld is het moeilijk voor de scheidsrechters om te zien wanneer er een overtreding wordt gemaakt. Onder water wordt er veel geknepen, getrapt en vastgehouden. Natuurlijk worden overtredingen, die gezien worden, gestraft. Er zijn verschillende soorten overtredingen met daarbij horende straffen, hieronder een overzicht van voorkomende overtredingen:

  • Als de bal door een veldspeler met 2 handen wordt vastgepakt, krijgt de tegenpartij een vrije worp.
  • Als de speler die de bal krijgt op de bodem staat of zich van de bodem afzet krijgt de tegenpartij de bal.
  • Wanneer een speler een tegenspeler vasthoudt of de bal weggooit na het fluitsignaal, wordt die speler bestraft met een uitsluiting van 20 seconden (U20).
  • Een U20 betekent dat de speler naar de hoek van het bad bij de eigen achterlijn moet zwemmen zonder nog deel te nemen aan het spel, en daar 20 seconden moet blijven wachten tot de speler een teken van de scheidsrechter krijgt dat hij weer mee mag doen.
  • Wordt een verdediger uitgesloten (U20), dan krijgt aanvallende ploeg weer 30 seconden.
  • Wanneer het eigen team binnen de 20 seconden in balbezit is gekomen, mag de speler op teken van de scheidsrechter eerder de wedstrijd hervatten. (Als de speler de hoek nog niet heeft bereikt moet die eerst naar de hoek zwemmen voordat hij weer aan de wedstrijd deel mag nemen).
  • Als een U20-fout binnen het 5-meter gebied wordt begaan, volgt een 5-meter bal. Dit is een vrije worp vanop de 5-meterlijn.
      • Vindt de fout binnen de 5-meterlijn plaats, dan moet de speler, waarop de fout gemaakt werd, eerst een pass zetten alvorens op doel geshot mag worden.
      • Vindt de spelhervatting plaats buiten de 5-meterlijn, dan mag niet ‘gedreigd’ worden alvorens te shotten, maar moet de bal opgenomen worden en direct geshot opdat eventueel doelpunt erkend wordt. Een pass geven mag natuurlijk altijd.

  • Als een speler 3 keer een U20 heeft gekregen tijdens één wedstrijd mag de speler niet meer meedoen en moet die worden vervangen (rode vlag).

Strafworpen

Wanneer een speler foutief gestopt wordt in de 5-meterzone door de keeper of een verdediger en hierbij ofwel een zware fout werd gemaakt of een doelpunt bijna zeker verijdeld werd, kan de scheidsrechter een penalty fluiten.

Eén speler ligt dan op de 5-meterlijn en kan vrij werpen op doel, met enkel de keeper in doel op de doellijn. De speler, die de fout uitlokte krijgt een U20-fout aangerekend zonder dat hij de 20 seconden uit het spel moet blijven. De fout telt wel mee in de maximum 3 te maken fouten.

Overtredingen met vervanging

Naast U20-overtredingen en vrije worpen is er ook zoiets als een straf die ‘uitsluiting met vervanging’ (UMV) heet.

Een uitsluiting met vervanging komt op de volgende momenten voor:

  • Als een speler een scheidsrechter beledigt of een zeer zware overtreding of een slaande beweging maakt volgt een UMV (uitsluiting met vervanging) of een UMV4. Aan de hand van de ernst van de overtreding wordt bepaald of het een UMV of UMV4 wordt.
  • Bij een UMV moet de desbetreffende speler na de 20 seconden tijdstraf vervangen worden en moet die speler de zwemhal verlaten.
  • Bij een UMV4 moet het team van de bestrafte speler 4 minuten met een man minder spelen alvorens die speler vervangen mag worden.
  • Bij een UMV of UMV4 volgt altijd een 5-meter bal en wordt de klok van de 30 seconden gereset.

Gele en rode kaarten

Coaches, bankzitters en tafelofficials kunnen gele en rode kaarten krijgen. Zonder al te zeer in detail te gaan: bij een rode kaart moet die persoon het zwembad verlaten.

Wanneer er een rapport wordt opgemaakt, moet men zich gaan verantwoorden bij de bond en moet men bij herhaling één of meer wedstrijden thuisblijven.

Meestal betreft het gebaren en uitvallen naar de scheidsrechter(s), hetgeen uitdrukkelijk verboden is tijdens de wedstrijd.

 

Wil je de uitleg wat visueler, dan is deze video ook duidelijk